Let niet op de rommel

  • Categorie:
    Non-fictie
  • Datum uitgifte:
    12-09-2013
test

Henk Plenter ruimde meer dan veertig jaar woningen op voor de GGD in Amsterdam. Tijdens zijn werk kwam hij meer ellende tegen dan je voor mogelijk houdt: eenzaam overledenen, extreme verzamelaars, doorgeschoten dierenliefhebbers, alcoholisten, psychisch zieke mensen en asocialen.

Henk vertelt graag over zijn ervaringen, en als hij eenmaal op zijn praatstoel zit, hangt iedereen aan zijn lippen. Ik schreef zijn verhalen op. Het resultaat van onze uiterst prettige samenwerking is dit boek waar we beiden trots op zijn.

Bestel nu bij LS Amsterdam

Lees hier het eerste hoofdstuk



Recensies

Let niet op de rommel is een uitzonderlijk geslaagde illustratie van
een onbekend ziektebeeld aan de hand van authentieke verhalen
uit Amsterdam, levendig uit de eerste hand verteld door een ggd-expert
met veertig jaar ervaring. Een must read voor wie de echt
zieke verzamelaars wil leren kennen.

~ Damiaan Denys – hoogleraar psychiatrie Universiteit van Amsterdam ~

Samen met Umberto Tan en Harry de Winter maakte Henk Plenter
deel uit van een groepje mensen met wie ik wekelijks in mijn
programma actuele onderwerpen besprak. Henk vertelde ons in
die tijd enthousiast en met grote compassie over de treurige, eenzame
mensen die hij totaal ontredderd – of al enige tijd dood – in
hun met rommel volgestouwde kamers aantrof, in een huis vol
honden, katten, konijnen of ratten. Vaak midden in de stad op drie
stappen afstand van hun nietsvermoedende buren, die zich pas iets
gingen afvragen als de stank ondraaglijk werd.
‘Ik kan mij overal naar binnen kletsen,’ zegt hij zelf in dit boek.
Ik twijfel er geen seconde aan: tegen zoveel opgewekte eerlijkheid,
levenslust, hartelijke meelevendheid en inzicht in wat mensen beweegt,
is niemand opgewassen. Dat spreekt uit al zijn verhalen.

~ Sonja Barend ~

Let niet op de rommel maakt duidelijk welke bijzondere situaties je
tegenkomt als je zorgmijders thuis bezoekt. Henk Plenter is een
pionier geweest als het om de aanpak van vervuilde woningen gaat
en hij heeft een geheel eigen stijl ontwikkeld. Zijn werkwijze kenmerkt
zich door mouwen opstropen en aanpakken; we hebben in
het ggd-vakgebied niet voor niets het werkwoord ‘plenteren’! Zijn
verhalen maken duidelijk dat elke situatie complex is en niet zonder
creatieve samenwerking kan worden opgelost.
Plenter & Van Kessel slagen erin de lezer mee te nemen, de vele
verschillende huizen in. Zo raak je als lezer verbaasd en verbijsterd,
je voelt het schuren en schrijnen. Er zit ook veel humor in, als je er voor open staat. Zoals het verhaal van die ontzettend vervuilde
man die zijn vettige hoedje opzet, omdat hij naar het ziekenhuis
moet… daar gaat je hart toch van open?

~ José van Beers – redacteur van Problematische verzamelaars, verpleegkundig specialist i.o. bij Yulius ggz en oprichter van de landelijke werkgroep Xenophora ~

Ik ontmoette Henk Plenter toen ik in 1977 bij de Amsterdamse ggd
ging werken. De verhalen die hij vertelde over de dingen die hij
meemaakte, fascineerden me. Maar klopten die verhalen wel? Ik
besloot met hem mee te gaan. Niet alleen om te zien of wat hij vertelde
echt waar was, maar vooral ook om te zien hoe hij dat aanpakte.
Wat ik zag, is in dit boek beschreven. Ook later ben ik regelmatig
met Henk mee geweest. Henk was niet opgeleid als
verpleegkundige of psychiater; hij deed zijn werk op geleide van
zijn gezonde verstand. Hij greep pas in als het echt nodig was en
ging met respect om met de wonderlijke mensen met wie hij te maken
had. Ik heb nooit meegemaakt dat hij iemand met wie hij geconfronteerd
werd, veroordeelde.
Lees dit boek niet alleen vanwege de sensatie, maar denk ook
even na over wat dit betekent voor onszelf en de maatschappij
waarin wij leven. Gelukkig dat er mensen bestaan zoals Henk Plenter,
zachtmoedig, doortastend en niet moraliserend. Ik heb er respect
voor.

~ Roel Coutinho – oud-directeur ggd Amsterdam; emeritus hoogleraar Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Universiteit Utrecht ~

Bergen vuilnis, bedorven etenswaren, maden, jarenlang opgestapelde
afwas, met urine doordrenkte matrassen, halfvergane lijken,
een mevrouw gehuld in een smoezelige deken van vlees, volgescheten
woningen waarin 500 ratten huizen, of 120 konijnen, een
miljoen Amerikaanse kakkerlakken of dozen vol rottende eendagskuikens:
Henk Plenter vertelt er allemaal even smakelijk over.Zonder opsmuk, vanuit een groot, onaangetast hart, rechtdoorzee:
veertig jaar ervaring met het lekkende aarsgat van de grote stad.
Dit is een boek voor de lezer met een zeer sterke maag.

~ F. Starik – dichter, auteur van De eenzame uitvaart en een steek diep ~

Het boek laat een bijzondere man zien, die zijn invulling gaf aan
naastenliefde. Het verhaal van de hond van het oude vrouwtje, het
meisje dat jaren niet buiten was geweest; het zijn verhalen die je
doen huiveren, maar ook je bewondering voor een man als Henk
groter maken. Het zijn mensen als Henk, de buurtregisseurs, de
schoonmakers, de spv’ers en de mensen van het Leger des Heils,
die goud zijn voor een stad als Amsterdam.

~ Eric van der Burg – wethouder Zorg & Welzijn in Amsterdam ~

Gaarne wil ik het boek over de ervaringen van Henk Plenter als inspecteur
Hygiënisch Woningtoezicht bij de ggd bij u aanbevelen.
Henk is voor het Leger des Heils in zijn functie als inspecteur
heel belangrijk geweest. De samenwerking met onze oggzThuiszorg
is in al die jaren heel direct geweest. Als Henk maar even het
gevoel had dat er een huisuitzetting kon worden voorkomen, en als
dat goed begeleid werd, dan schakelde hij onze Thuiszorg in. Deze
samenwerking heeft er ook toe geleid dat we inmiddels een netwerk
door de hele stad hebben ontwikkeld om bij huishoudens die
dreigen te ontsporen, op tijd te kunnen ingrijpen en dat ten goede
te keren. Het boek geeft u een beeld van zorg voor Amsterdammers,
waarbij Henk een geweldige inbreng heeft gehad om op zijn
eigen inspirerende manier hier wat aan te doen!

~ Henk Dijkstra – algemeen directeur Goodwillcentra Leger des Heils Amsterdam ~

Van 1997 tot 2010 was ik psychiater bij het Rehabteam voor psychotische
dak- en thuislozen. We kwamen nogal wat woonoverlast
tegen. Vrij snel leerde ik een nieuw werkwoord: plenteren. Wat dat is, lees je in dit boek. Plenteren is echt een werkwoord: hulp, bestaand
uit handen uit de mouwen steken. Heerlijk: niet lullen maar
poetsen. Maar dat doen ging bij Henk altijd gepaard met gevoel.
En dat maakte het compleet. De verschopten der aarde helpen. Eigenlijk
bracht hij voor mij wat ik nogal eens miste in de steeds verder
professionaliserende zorg: charitas.
Een prachtig boek passend bij indrukwekkend werk.

~ Jules Tielens – psychiater in Amsterdam ~

Inmiddels ben ik 26 jaar werkzaam bij de Amsterdamse politie,
waarvan jarenlang als buurtregisseur in verschillende wijken van
de stad met het taakaccent Extreme Overlast. Zo leerde ik Henk
kennen. ‘Vieze Henkie’, zoals hij binnen de politiemuren werd genoemd.
Een zorgmelding, een overlastmelding waarbij vervuiling
aan de orde was, daar kwam Henk weer aan met z’n bussie. Altijd
met een grote glimlach op zijn gezicht, ontspannen en altijd even
een omarming ter begroeting. Want je krijgt ook een bijzondere
band als je samen zoveel persoonlijk verval aanschouwt.
Zo hebben we samen tot onze enkels in de kattendrek gestaan,
moesten we zijwaarts met ingehouden buik de woning van verzamelaars
binnen, kwamen we in keukens waar de vaat tot aan het
plafond stond te stinken en te rotten, en moesten de woningen
worden opgeruimd waar ‘oude lijken’ waren aangetroffen. En nadat
we dan zo’n intens vervuild mens of huis hadden bezocht
stond Henk met zijn innemende jongensachtige glimlach op straat
en namen we weer afscheid met ‘Mwah, het viel wel mee’.
Wat geweldig dat al Henks ervaringen en verhalen nu gebundeld
zijn!

~ Ellie Lust – woordvoerder Politie Amsterdam ~

Henk Plenter en Annemiek van Kessel zijn erin geslaagd een belangrijk
grotestadsprobleem te ontdoen van abstractie en terug te
brengen tot een voor ieder begrijpelijk dilemma. Hun boek biedt
een onthullende blik op een wereld die normaliter verborgen blijft achter alledaagse gevels in Amsterdamse buurten. Wat beklijft aan
Let niet op de rommel is de nuchtere maar respectvolle manier
waarop Henk Plenter zijn belevenissen vertelt en Annemiek van
Kessel iedere casus heeft beschreven. Sommige verhalen wíl je misschien
niet lezen, maar je doet het toch. Iedere Amsterdammer zou
dit boek moeten kopen. Iedere niet-Amsterdammer trouwens ook.
Op rommel hoef je misschien niet te letten, je moet het wel zien.

~ John van den Heuvel – misdaadverslaggever ~

Dit boek geeft een unieke inkijk in het leven van een groep Amsterdammers
die zonder deze verhalen buiten het blikveld van de
meesten van ons zouden blijven. Dankzij Henk staat ook deze
groep helder op ons netvlies en op dat van vele ketenpartners.
Henk, dank voor je tomeloze inzet voor de ggd, maar vooral voor
de mensen aan de onderkant van de sociale ladder. Je deed het met
verstand van zaken, maar vooral met gevoel. Niet alleen met je
handen, maar vooral met je hart. Ik hoop dat jouw boek wat doet
met het gevoel van de lezer over en voor deze mensen.

~ Paul van der Velpen – directeur ggd ~

In Amsterdam bestaat een onderwereld waar zelden nog licht
komt, een wereld van chaos, verderf en totale eenzaamheid. Henk
Plenter pendelde jarenlang heen en weer, tussen het normale leven
en deze stad van waanzin. Plenter was een begrip. Ooit liep ik een
paar weken met hem mee. Met zware slagen bonkte hij op de deuren:
'Gezondheidsdienst. Plenter hier!' Uit de brievenbussen stonk
het naar muizenpis, vergane kranten of erger, er werd gescholden
en geraasd, Plenter bleef de rust zelve, stevig en tegelijk diplomatiek.
Ook in deze onderwereld had hij een natuurlijk gezag. Het
was waanzinnig knap wat hij deed. Er zou een monument moeten
worden opgericht voor mannen en vrouwen als Henk Plenter, dat
legioen van moedige en nuchtere dienaren van de publieke zaak
dat, in alle bezuinigingen en gekakel, de stad overeind houdt.


~ Geert Mak ~

HeartLife Magazine over hartritmestoornissen

Dr. Janneke Wittekoek, cardiologe, gezondheidswetenschapper en oprichtster van de HeartLife Klinieken heeft een missie: naast het behandelen van hart- en vaatziekten is ze continu bezig met het bedenken van strategieën om ze juist te voorkomen. Omdat Wittekoek vindt dat goede informatie wel wat glamour kan gebruiken timmert ze via medical infotainment flink aan de weg. In september 2016 kwam een van haar dromen uit: toen verscheen het eerste HeartLife Magazine, een themanummer  over de relatie tussen cholesterol en hart- en vaatziekten, met speciale aandacht voor het vrouwenhart. Het tweede themanummer verschijnt in april 2017 en gaat over hartritmestoornissen.

Voor deze nummers heb ik het merendeel van de interviews voor mijn rekening genomen en de eindredactie van het magazine verzorgd.

De nummers zijn te bestellen via HeartLife Magazine

 

 

 

 

 

Lees meer